maandag 7 mei 2012

Vijverpark

Mijn schoolkameraad Adriaan Pauwels uit Tienen, die nu in Kessel-Lo woont, startte onlangs met een internetkrant "De Gazet van Kessel-Lo". Daar ontdekte ik deze foto van de ingang van het vroegere Vijverpark, nu onderdeel van het provinciedomein van Kessel-Lo.
Ik ging er zwemmen, samen met pa, toen ik een jaar of acht was. We doken er naar de bodem om de enorme zoetwatermossels op te vissen.
Later... Ik was veertien en het was vakantie. We zaten samen in een roeibootje. Zij en ik. Godelieve V.B., samen met haar jonger zusje. Ik was smoorverliefd. En ik zie haar nog altijd staan, daar onder die witte boog met de naam 'Vijver Park' erop, toen ze, valiesje in de hand, afscheid kwam nemen. Haar ouders stuurden haar voor enkele weken naar haar tante of naar haar oma. Ze verdween uit zicht op weg naar de bushalte. En ik heb haar nooit meer teruggezien. De vakantie was voorbij. Het was niet eens tot een vluchtig kusje gekomen. Oh, zoete herinneringen. Hoe verging het haar in het leven?

zaterdag 28 april 2012

Zes op tien met strafblad

Wat is dat nu? Zes op de tien nachtelijke bezoekers van de Oude Markt hebben een strafblad? Het voorbije jaar werden 5.000 cafégangers na drie uur 's nachts door de politie gecontroleerd. Dat is niet niks, 5.000 identiteitscontroles... En dan bleek dat zes op de tien een strafblad hadden voor een hele waaier van criminele feiten: diefstal, slagen en verwondingen, drugs, vandalisme, zedenfeiten... Aan de basis ligt vaak alcoholmisbruik. Maar ook drugs spelen een rol. De kroegbazen zouden graag hebben dat de politie agressieve en stomdronken jongeren van de straat plukt en burgemeester Louis Tobback dreigt ermee een sluitingsuur in te stellen.

vrijdag 13 april 2012

Grote Prijs Jef Poeske Scherens

Poeske Scherens, die eigenlijk Jef heette, zeven keer wereldkampioen op de baan, schonk Leuven de "Grote Prijs Jef Scherens", een wedstrijd die sinds 1963 ieder jaar in Leuven wordt gereden. Hij kreeg de bijnaam Poeske omdat hij met fiets en al aan de meet als een kat een sprongetje maakte en zo menige spurt won. Van Jef Scherens wordt verteld dat hij de eerste Leuvenaar was (hij was eigenlijk afkomstig van Werchter) die zijn eigen vliegtuig bezat. Waarheid? Mythe?

woensdag 11 april 2012

Park Heuvelhof wordt opgefrist

Tot mijn verrassing ontdekte ik in De Standaard vandaag een foto van het oud-gemeentehuis van Kessel-Lo. In het begeleidende artikel werd uitgelegd dat het (mooiste) stadspark van Leuven een opfrisbeurt krijgt omdat het een beetje "afgeleefd" is. Ik hou aan mijn bezoekjes aan dat park alleen maar goede en zoete jeugdherinneringen over. Ik nam er mijn eerste foto, een winterlandschap in de sneeuw, zwart-wit, met vaders kleine Kodak; ik liep er met mijn eerste (kalver)lief V.H. hand in hand - handje geven mocht, tot een kusje kwam het net niet want toen we die fase bereikten - op dat ogenblik, miljaaaaaaarde - was de vakantie juist ten einde en gingen we ieder onze weg; ik leidde er als monitor in juli of augustus de groep kleintjes die ik leerde knutselen en schilderen... Daar dichtbij in Vlierbeek liggen ma en pa begraven. Toevallig liep ik er in maart nog even langs en nam dit kiekje van het oud-gemeentehuis waar ooit nog de familie De Becker-Remy woonde, eigenaars van de fabrieken Remy in Wijgmaal.

dinsdag 10 april 2012

Fiets in de Dijle



Als de Dijle kon vertellen... Het is de moeite om bij laag water een kijkje te nemen aan de Dijle. Wat men het in water gooit, tart de verbeelding: meubelen, leeggoed van dranken allerlei, verkeersborden, fietsen...
Aan de andere kant valt op dat er volop met scooters in Leuven wordt getoerd. De tijd van de sportieve student die met de fiets alle faculteitsgebouwen aandeed, is duidelijk voorbij.

Tussendoortje


Hoewel deze foto niets met mijn jeugdgeschiedenis heeft te maken, plaats ik hem hier gewoon als tussendoortje. Niets is zo genietelijk als een man (of een vrouw) die op een warme lente-ochtend de krant zit te lezen alsof de wereld daarrond niet bestaat. Deze man was zo geboeid door zijn lectuur dat hij niet eens opkeek toen ik hem fotografeerde.

woensdag 4 april 2012

Gewoon ter info...

De liefhebbers van deze blog kunnen gerust ook eens een kijkje nemen op de Facebookpagina van "Leuvense historische weetjes".

Link: https://www.facebook.com/LeuvenseHistorischeWeetjes

Ik heb er geen idee van wie achter die Facebookpagina zit. Bevat alleszins een mooie collectie oude foto's.

maandag 2 april 2012

Kunst in de stad


Deze jongedame was verwoed en geconcentreerd de Lei aan het te schetsen. Staand tekenen vanaf de overkant aan de oever van de Dijle! Je moet het kunnen. Leuven heeft veel te bieden voor wie wil tekenen en schilderen. Een foto nemen gaat vanzelfsprekend vlugger.

Volvo



Aan het PV-model van Volvo, dat van 1943 tot 1966 van de band liep, is in al die jaren weinig veranderd. Van opzij deed de auto denken aan een "klak". Een pet dus. Volvo is nooit de kampioen van het mooie design geweest.
De Volvo Amazon die in 1956 gelanceerd werd en tot in 1970 in productie bleef, geldt tot vandaag als de mooiste Volvo aller tijden. Toen mijn oudste broer Jean een Amazon kocht, was ik er als 14-jarige telkens als de kippen bij om mee te mogen voor een ritje.

vrijdag 30 maart 2012

Rood brengt geluk


Aan de gevel van dit Chinese restaurant in de Brusselsestraat is in geen veertig jaar iets veranderd. Ik was 17 jaar toen ik voor het eerst ging 'chinezen'. Toen zag dit restaurant er al uit zoals nu. Hou de gevel goed in het oog, want er is een vergunning gevraagd om het (dubbele) pand te renoveren. Het kan haast niet anders dan dat al dat mooie, roodgelakte Chinese houtwerk dan voor altijd verdwijnen zal. (In China is rood de kleur van het geluk.)
Kijk naar het pagode-achtige afdakje in de rechtergevel en naar de opstaande zuilen, links en rechts van de deur, met Chinese lettertekens. Het doet allemaal heel authentiek Chinees aan.
Later werd de zaak vergroot door ook het linkse huis tot restaurant te verbouwen . Daar werd echter niet getracht er een 'autenthiek' uitzicht aan te geven. De rode verf moest volstaan.
Klik op de foto om de afbeelding groter te zien.

De Preekmadammen


Er zijn Predikheren maar ook Predikherinnen. Een vrouwelijke Predikheer dus. Preekmadammen eigenlijk.
De Predikherinnenstraat verbindt de Fonteinstraat met de Pieter Coutereelstraat. Op een eigenzinnige manier zijn daar nog arbeidershuisjes te vinden zoals men ze in de negentiende eeuw volop in die wijk heeft neergepoot. Die huisjes hadden oorspronkelijk beneden één kleine woonkamer waarin een trap stond die naar de enige slaapkamer leidde. Bemerk het ene echte slaapkamerraam en de in metselwerk uitgevoerde 'valse wenster'. Die valse venster zorgde voor evenwicht in de gevel.

Er waren in die wijk verscheidene brouwerijen gevestigd die voor werk zorgden. Een voorvader van me, de in 1792 in Meldert geboren brouwersgast Josephus Dewever vestigde zich in de Fonteinstraat daar om de hoek in 'wijk 2, nummer 3' wat waarschijnlijk een beluik was. De beluiken in de buurt van de Fonteinstraat werden allen tussen 1970 en 1980 gesloopt.

De Louis Tobbacklaan?


De linkerkant van deze mooie brede, groene boulevard heet Tessenstraat. De rechterzijde heet Fonteinstraat. Hoe kan één avenue twee verschillende namen hebben voor links en rechts? Het komt omdat er vroeger, toen ik een jaar of tien was, nog twee echte straten evenwijdig naast elkaar liepen. Waar nu bomen staan, in het midden van de avenue, stonden toen kleine huisjes. Indien de voordeur aan de rechterzijde stond, dan woonde je in de Fonteinstraat. Was het aan de linkerzijde dan was het de Tessenstraat. Mijn oudste broer Jean heeft ooit nog een korte tijd in zo'n 'middenhuisje' in de Fonteinstraat gewoond.
De stad Leuven onteigende die huisjes en sloopte ze. Zo ontstond er een brede straat met aan de rechterzijde een abnormaal breed voetpad waar bomen konden geplant worden.
Om de bewoners niet op stang te jagen werden de vroegere straatnamen bewaard. In de wandelgangen wordt beweerd dat men op het gepaste moment deze avenue tot Louis Tobbacklaan zal herdopen. Tobback groeide in die wijk, de "bumekes", op en liep daar school.

dinsdag 27 maart 2012

Ode aan de frituur 6



Friethuis Heuvelhof - Plaats: Dietsesteenweg 302 te 3010 Kessel-Lo. Een frituur die me nauw aan het hart ligt, want wijd en zijd bekendgemaakt door mijn oudste broer Jean Dewever en vandaag uitgebaat door zijn dochter Martine. Toen en ook nu nog steeds: de beste frietjes van Leuven en wijde omgeving. Ik kan het weten, want ik heb er zelf nog gewerkt.
Wat maakt deze frituur zo uniek. Op de eerste plaats de kwaliteit en daarnaast... De naam. Geen frituur, geen fritkot, maar een echt friethuis! Klinkt mooi! Friethuis Heuvelhof. Genoemd naar het prachtige park Heuvelhof aan de overkant waar ik tijdens de schoolvakanties met wat vrienden mijn tijd verbeuzelde.
Nog iets wat dit friethuis zo uniek maakt? Jawel, de kaart... Een kaart om "U" tegen te zeggen met warme gerechten (steak, stoverij, vol-au-vent, balletjes in tomatensaus,...) en koude schotels (salade met ham, met zalm, americain, tomaat-garnaal,...).
Verder nog iets? Zeer zeker: de vriendelijkheid waarmee ja als gast wordt ontvangen.
Conclusie: dit is de "place to be" voor wie houdt van dat ietsje méér dat van ieder bezoek een culinaire belevenis maakt.

Vergat ik nog iets? Even nadenken... Oh, nu weet ik het. Er is een terras zodat je bij goed weer ook buiten kunt eten.

Open: van maandag tot en met zaterdag van 11.30 u tot 23.00 u.

Ode aan de frituur 5


Frituur 't Frietpleintje - Bij toeval ontdekt in Kessel-Lo aan het Prins Regentplein waar ooit mijn ouders woonden. Ik kan er niet veel over vertellen, want ik wist niet eens dat daar een "fritkot" stond. Zoveel frituren zijn in Leuven verdwenen, maar daar - in Kessel-Lo - kwam er eentje bij. Leuk!

Ode aan de frituur 4


Frituur Tivoli - Wat een vreemde naam voor een "fritkot". Een fritkot geef je meestal de naam van een persoon, bijvoorbeeld "Frituur bij Roger", of je geeft er de naam van een plaats of een wijk of parochie aan, zoals "Frituur Saint-Germain" of "Friethuis Heuvelhof". Maar Tivoli? Wel leuk dat er daar nog een frituur is: aan de brug over de spoorweg op de steenweg naar, jawel, naar Tienen.

Ode aan de frituur 3


Frituur Parkpoort - Eigenaardig... Is dinsdag de standaard sluitingsdag voor frituristen in Leuven? Ik reed vandaag omstreeks het middaguur langs drie Leuvense "frietkoten" en ze waren alle gesloten: Frituur Peter en Christianne, Frituur Parkpoort, Frituur Tivoli. Hoe dan ook: ze waren tenminste nog niet verdwenen zoals zoveel andere frituren.

Ode aan de frituur 2


Frituur bij Peter en Christianne - Deze frituur bezocht ik wel eens wanneer ik voor mijn werk in Sint-Rafaël moest zijn. Makkelijk parkeren op het Sint-Jacobsplein. Ik at mijn frietje en dronk er mijn Cola bij terwijl ik in de auto naar het middagnieuws op de radio luisterde of mijn krant las.

maandag 26 maart 2012

Café Jeeskesboom dicht


In januari 2012 schreef ik dat Wiske Botson, die 64 jaar is, het moeilijk had om haar café rendabel open te houden. Vandaag lees ik in Het Laatste Nieuws dat ze besloot de deur voor altijd op slot te doen. Verleden week dinsdag 20 maart was ze voor de laatste keer open.
Volgens Wiske heeft het te maken met de economische crisis maar ook met het rookverbod. Haar klanten waren op de eerste plaats gepensioneerden en die voelen hoe het leven veel te duur is geworden om nog zo vaak als vroeger "een pintje te gaan pakken". Bovendien zorgt het rookverbod ervoor dat spelen met de kaarten of met de pietjesbak (dobbelen) niet meer zo aantrekkelijk is. Als een spelletje almaar onderbroken moet worden omdat de spelers buiten een sigaretje gaan roken, is het gauw met spelen gedaan. Wiske gaat nu verhuizen, want het gebouw is eigendom van InBev.
De foto hierbij werd in juli 2011 genomen toen het nog even goed leek te gaan. Of het café ooit nog opnieuw zal geopend worden, weet voorlopig niemand.

zondag 25 maart 2012

Ode aan de frituur 1


Ik heb mezelf voorgenomen ieder nog bestaand "frietkot" in Leuven en deelgemeenten in beeld te brengen. Ik vrees dat ze op termijn alle zullen verdwijnen. Hier Frituur Sint-Jacob aan het hoekje van de Kruisstraat en de Brusselsestraat. Een fantastisch mooie ouderwetse frituur die de erenaam "frietkot" met trots mag dragen.

En meteen een oproep: weet je nog losse frietkoten staan in Leuven of in een deelgemeente? Mail het adres a.u.b naar pieterdewever@skynet.be zodat ik er ter plaatse een foto van kan maken. Bij voorbaat mijn beste dank!

Fochplein ofte Place Foch



Voor de lezers met nostalgische aanleg een foto van het straatnaambordje oud en nieuw. Veel meer is er niet over te vertellen... Of toch?
Volgens de weledele heer burgemeester Lodewijk Tobback moest de naam Foch verdwijnen. De aanvoerder van de geallieerden van '14-'18 was "een man die tijdens de Eerste Wereldoorlog miljoenen doden op zijn geweten had", aldus Tobback.
Wat Tobback daarbij over het hoofd zag, was dat onze eigenste koning Albert I - de koning-ridder - tijdens die eerste wereldoorlog als Belgisch militair bevelhebber naarstig met Foch samenwerkte en hem na de wapenstilstand met alle eer ontving. Foch bracht toen in gezelschap van de koning een officieel bezoek aan Leuven.
Was Albert I medeplichtig aan het ombrengen van die miljoenen doden?

maandag 19 maart 2012

Stijfsel van Remy


Tot diep in de jaren '60 werden de hemden na het wassen in stijfsel van Remy gedrenkt, net voor het strijken. Ten minste, de kraag en de manchetten werden met stijfsel bewerkt. Die gesteven knellende kragen waren een pest en een kwelling. Vandaag dragen de meeste mannen geen das meer en staat de kraag van hun hemd meestal open... Zijn er vandaag nog dames die stijfsel van Remy in huis hebben? Voor wat wordt dat wonderlijke product vandaag gebruikt?

Zelfportret


Vandaag genoten van de lentezon. Onder meer een wandeling naar de kruidtuin gemaakt en er mezelf gefotografeerd. Titel: "Blogger neemt pose aan, kijkt streng en doet alsof hij de krant leest".

zaterdag 17 maart 2012

Hofstade - het strand, de friet, de fiets


Naar zee gaan was een hele onderneming in de jaren '50. De reis duurde lang. Treinen reden trager dan nu. En er was nog geen E40 voor gehaaste automobilisten. Makkelijker was om naar een surrogaat zoals Hofstade te gaan. We noemden het "de arme-mensen-zee". Je had er een strand en een mooie "boulevard". Er kon gegeten en gedronken worden.

Hofstade was voor de Leuvenaar per bus bereikbaar, maar de echte sportievelingen reden er met de fiets naartoe. Ik geloof dat het een kilometer of twintig was. Naast herinneringen aan het zandstrand en het geplons in het warme zomerwater (waar alle zwemmers pipi in deden!) zie ik in gedachten dan ook de immense fietsenparking - die niet gratis was - en waar we in de voormiddag onze fiets achterlieten om hem pas laat in de namiddag weer op te halen en naar huis te rijden via de Mechelsesteenweg waar toen veel minder auto's reden dan vandaag. Overigens geheel terzijde: de Mechelsesteenweg is een van de lelijkste steenwegen van het hele land geworden.

zaterdag 3 maart 2012

Jan Rastelli overleden

In 2009 sloten de Leuvense bioscopen van de Studiogroep voor altijd de deuren. De familie Rastelli was 41 jaar lang actief geweest in de Leuvense cinemabusiness. Vader Jos Rastelli was in 1968 met de eerste Studio gestart. Ik heb er in die vroege periode honderden films gezien en het was altijd een genot.
Ik herinner me uit die tijd 'Adalen 31' en ook 'Hugo en Jozefien'. Twee pareltjes die ik graag nog eens opnieuw zou willen zien.
Later, toen ik niet meer in Leuven woonde en voor mijn werk vaak in het buitenland vertoefde, kwam ik er nog zelden. De laatste film die ik er zag was Schindler's List. Dat moet dan 1993 geweest zijn?
Deze week overleed de opvolger van Jos en laatste baas van de Studio's Jan Rastelli aan een hartaanval. Hij was pas 52 jaar.

Straatjesgang


Straatjesgang en Tuin Dewalque... Relieken uit een ver verleden. Een droevig verleden. Ingeweken arbeiders leefden er ooit samen in ongezonde omstandigheden. In 1849 brak er een cholera-epidemie uit. Vanaf de jaren '50 werden de oude gangen vervangen door sociale woningen.

Op de site van Onroerend Erfgoed lees ik: "De Straatjesgang werd aangelegd door de hovenier P. Smaelen en is tot stand gekomen in twee fasen. In 1863 werden de eerste vijf huisjes opgetrokken: de gang was toen nog bereikbaar vanuit de Zwartegalgenweg, die kort nadien zou gesupprimeerd worden voor de aanleg van de Arnould Nobelstraat (bebouwd vanaf 1864-1866). In 1868 volgde de bouw van nog 11 huisjes. De gang werd in 1979-1980 samen met de Mussenstraat en Jozef II-straat opgenomen in een saneringsplan van de gewestelijke bouwmaatschappij s.m. Heuvelhof, gevolgd door afbraak van een aantal panden en vervangende nieuwbouw en renovatie van de resterende panden. De Straatjesgang is heden toegankelijk via Arnould Nobelstraat nr. 11 en staat in verbinding met de "tuin Dewalque".

(Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. De foto hierbij is van Katrien Verwinnen.)

zondag 26 februari 2012

Renault Dauphine in Heverlee


De Renault Dauphine was een automodel van de Franse autofabriek Renault. Het model werd in 1956 op de markt gebracht als opvolger van de Renault 4CV. De cilinderinhoud was echter wel vergroot van 760 naar 845 cc, daardoor kreeg de motor 32 pk, 11 pk meer dan de 4CV. De Dauphine was wat zwaarder dan de 4CV, vanwege de met 30 centimeter toegenomen lengte. De Dauphine was een succes, tussen 1956 en 1967 werden er 2,12 miljoen van gebouwd. Naast het standaard model, dat 112 km/uur kon halen, was er ook een Gordini-versie, met een vermogen van 40 pk en een topsnelheid van 125 km/uur. (Wikipedia)

Deze mooi glanzende Dauphine werd gefotografeerd met het kasteel van Arenberg op de achtergrond.

Netjes op een rij


Op het pleintje gelegen tussen Diestsestraat en Martelarenplein kon je in de jaren '50 kiezen welke frituur - welk 'fritkot' - de beste frietjes leverde. Vijf (of meer?) van die kramen naast elkaar. Je stapte uit de trein en je rook meteen waar je was: Leuven! Alleen Leuven had zoveel armoedig uitziende, gammele frietkramen op één pleintje. Voor zover ik me herinner maakte die frituristen ook nooit ruzie met elkaar. Iedereen verdiende zijn brood en dat volstond. Tot ik een jaar of tien was kostte een zakje friet 5 frank (12 eurocent).

Toinke de gazetteman


Station Leuven. Back to the fifties... Opvallend hoe je links van het station een doorkijk hebt tot aan de IJzerenwegstraat en de Kortestraat van Kessel-Lo aan de overkant van de spoorweg.

Maar eigenlijk plaats ik die foto hier omdat hij me doet denken aan Antoine Berckmans, alias 'Toinke de gazetteman'. Antoine had een beetje 'retard' en was wat zonderling. Iedere dag liep hij aan het Martelarenplein rond met een zware met kranten gevulde lederen draagtas. Hij verkocht goed. Soms was Toinke het doelwit van grapjassen, meestal studenten van de universiteit, die met hem de spot wilden drijven. Dan kon hij erg boos worden. Op een dag zag ik hoe hij een wat te trage student een schop onder zijn broek verkocht. Een schop die zat. Toinke droeg meestal zware 'bottines'.
Soms als hij zin had, kocht hij zich in één van de frituren aan het station een friet, zette zich op het muurtje van het gedenkteken voor de slachtoffers van '14-'18 en at in alle rust zijn frietje... met niets erbij. Geen sausje, geen worstje, geen cervela... Niets. Zo heb ik het beeld bewaard van Toinke in de kletsende regen. Het water stond tot aan de rand van zijn zakje friet, maar hij merkte er niets van en at gewoon verder. Toine en friet doorweekt...

Toinke werd ook de allerjongste resident in het Leuvense OCMW-rustoord Remy. Dat kwam omdat zijn vader, die weduwnaar was en een been miste, het thuis niet meer alleen kon beredderen. Toinke met zijn wat mentale achterstand kon niet voor vader zorgen en ook niet voor zichzelf. Dus trokken ze samen naar Remy. Toinke was toen nog maar 45 jaar. Hij was er heel gelukkig. Deed kleine klussen, ging boodschappen doen voor de directie en de andere gasten.

Verzetsheld en communist Louis Van Brussel


Verzetsheld en partizanenleider Louis Van Brussel (1918-2001) leerde ik kennen als marktkramer en niet als held uit de oorlog. Iedere vrijdag stond hij in Leuven op de markt nepjuwelen (faux bijoux) te verkopen. Een erg minzame, vriendelijke en stille man. Ik passeerde zijn kraampje op weg naar het Sint-Pieterscollege en bleef dan altijd even staan kijken naar zijn flonkerende spullen. Toen, in 1971, publiceerde hij zijn memoires "Partizanen in Vlaanderen" en ontdekte ik dat ik zowaar "een echte held" onder mijn kennissen telde.

Maar dat "echte held" was relatief. Toen BRT-journalist Maurice De Wilde (1923-1998) in de jaren na 1980 zijn ondertussen beroemde en beruchte reeks reportages over de Tweede Wereldoorlog op het scherm bracht, bleek dat Louis Van Brussel - die in de reeks geïnterviewd werd - een omstreden figuur was en dat hij als gevolg van de publicatie van zijn boek en van bepaalde oorlogsdaden voor de rechtbank was verschenen en veroordeeld werd. Louis wilde daarna niets meer met de media te maken hebben en schuwde vragen over de meest opwindende periode in zijn leven.

Toen ik in 2001 aan mijn eigen boek "De geheimen van het verzet" werkte, lukte het me na veel aandringen en na lang onderhandelen met een tussenpersoon om met Louis een afspraak te maken voor een interview. Helaas, één week voor de afgesproken datum, belde de tussenpersoon me op met de mededeling dat Louis aan de gevolgen van een beroerte was overleden. Ik bezocht later zijn graf op het kerkhof van Kessel-Lo (Vlierbeek) waar hij op het ereperk een laatste rustplaats kreeg.

Louis Van Brussel bleef zijn hele leven een trouwe communist. Ook toen de Socialistische Partij, waar de meeste van zijn vrienden lid van waren en er meestal hun postje aan te danken hadden, hem voorstelde om op een aantrekkelijke plaats op de verkiezingslijsten op te komen, weigerde hij. Hij zou een goede job hebben gekregen. Hij weigerde nog steeds. Trok telkens opnieuw naar achter het IJzeren Gordijn waar hij als communist welkom was en kocht daar de flonkerjuwelen die hij in Leuven op de markt verkocht.

Naar de Expo van 58


Ma en pa maakten een ééndagsuitstap naar de Expo van '58. Een goed geplande uitstap die ze met z'n tweeën maakten terwijl de kleintjes - mijn zus en ikzelf - naar school waren en opgevangen konden worden door de grote broers. Jean was toen al 20 jaar, René 19 en Rik was 16. Chantal, de jongste was nog niet geboren.
Laat ik maar rechttoe rechtaan en plechtig verklaren dat die hele Expo van '58 aan mij voorbij is gegaan. Ook al heeft half Leuven toen het verplichte tochtje naar de Heizel gemaakt, ik zag er niets van.

Later, veel later, ben ik enkele keren op bezoek geweest in het Amerikaans Theater. Dat ronde gebouw was een reliek van de Expo die men na afloop niet had afgebroken. Een van onze nationale zenders - ik meen Radio 2 - was daar gevestigd. Toen ik zelfstandig uitgever en schrijver was geworden (2000-2010) werd ik daar enkele keren geïnterviewd. En ja, de "bollen van Brussel" ofte het Atomium heb ik vanzelfsprekend ook bezocht. Jean Polak, de laatste van de architecten die het Atomium in Brussel ontwierpen, is deze maand overleden. Hij werd 91 jaar.

zaterdag 25 februari 2012

Pompist, mijn tweede job


Blijkbaar ben ik enkele keren in "verdwijnende beroepen" verzeild. Hieronder vertelde ik al onder "Flessen spoelen, mijn eerste job" hoe ik als veertienjarige in de Penitentienenstraat in Leuven met een soort prehistorische machine flessen reinigde. De machine en ook het beroep verdween. Vandaag zijn er geen flessenspoelers meer. Lege flessen gaan naar de glasbak.
Mijn tweede beroep, pompist in een benzinestation, bestaat ook niet meer. Ik had de school vaarwel gezegd, was ondertussen 17 jaar en moest dringend een job hebben. Bij Garage Feyaerts aan de Omleiding in Herent zocht men een "pompist-helper". Ik stelde me kandidaat en werd meteen in dienst genomen. Uurloon bruto 29,23 frank/uur à 44 werkuren per week. Iedere dag met de fiets van Kessel-Lo naar Herent.

De foto is geen foto van Garage Feyaerts, maar heb ik van het internet geplukt. De foto dateert echter wel van 1968 en roept de geest op van mijn vroeger beroep en van de omgeving waarin ik toen mijn brood verdiende.
Automobilisten stopten aan de pomp - "Doe den bak maar vol" - maar vroegen even gemakkelijk "voor 100 frank". Voor 100 frank (nu 2,5 euro) kon je toen toch nog wat kilometers rijden. Als je als pompist vriendelijk was, en beleefd, en als je gauw de voorruit proper maakte en voorstelde om de bandenspanning even te checken, kreeg je vaak een fooi. Mijn wedde moest ik aan moeder afgeven, maar die fooien mocht ik houden. Van dat geld, dat ik thuis in mijn spaarpot stopte, heb ik mijn eerste fototoestel gekocht. Een Yashica Minister D.

In 1958 waren er 7.000 studenten in Leuven


Een heel gewone foto die vertelt hoe ik in 1958 al volop leefde in een wereld die door diversiteit werd gekenmerkt. Echter, ik wist niet wat diversiteit was...
Woorden en begrippen zoals multicultuur, diversiteit, open samenleving, en dergelijke meer, kende men in 1958 niet. Ik was zeven jaar en liep door Leuven en keek naar negertjes uit Congo voor wie ik als kleuter zilverpapier spaarde, naar Chineesjes, naar Amerikaanse priesters met hun zeer herkenbare hoeden met omhoogstaande randen, naar paters met witte toga's en naar paters met zwarte toga's en ik geraakte op al dat boeiende en kleurrijke nooit uitgekeken.

Deze foto laat precies zien wat ik bedoel. Leuven, hoe klein ook, had een internationale uitstraling. Een stad die je aanzette om verder te kijken dan de kerktoren van je eigen parochie. 1958... Iets meer dan 7.000 studenten in Leuven. De twee taalrollen samen. Vandaag zijn ze in Leuven met 40.000, zonder rekening te houden met Louvain-la-Neuve.

maandag 20 februari 2012

Jean Dewever alias 'Jeanke Friet' overleden


Jean Dewever, mijn oudste broer, is gisteren, zondag 19 februari op de middag, overleden in het H.Hartziekenhuis in Leuven. Hij vierde in januari zijn 74ste verjaardag.
Ik wil het bericht hier op "Mijn Leuven" plaatsen omdat Jean tijdens zijn actieve leven een heel bekend gezicht was in het Leuvense en dan vooral in Kessel-Lo waar hij lange jaren "Frituur Heuvelhof" uitbaatte en daaraan zijn nickname "Jeanke Friet" te danken had. Als "Jeanke Friet" baatte hij op een bepaald moment drie horecazaken tegelijk uit en was hij een gulle sponsor van allerlei clubs en verenigingen. Het friethuis "Heuvelhof" op de Diestsesteenweg in Kessel-Lo wordt vandaag uitgebaat door zijn dochter Martine.

Wij waren thuis met zes. Aangezien Jean de oudste was en ik de vierde in de rij, verschilden we 13 jaar in leeftijd, wat enorm was. Hij was mijn grote broer, zacht, berispend, wijs en raadgevend. Hij was al getrouwd en had een zoon, Martin, toen ik met hem en zijn gezinnetje mee naar zee mocht tijdens de zomervakantie. Daar werd de foto hierbij genomen. Moet ongeveer 50 jaar geleden zijn. Ik was een jaar of tien. Plaats van opname: vakantiecentrum De Blekkaert in Klemskerke. Chocolade Jacques liep daar als reclame met een kameel rond waarop Jean zich met zijn zoon liet fotograferen. Staand: zijn echtgenote Godelieve.

Jean Dewever wordt donderdag 23 februari begraven. Een eredienst wordt in de H.Hartkerk van Blauwput aan de Diestsesteenweg in Kessel-Lo gehouden om 10.00 uur.

zaterdag 28 januari 2012

Flessen spoelen, mijn eerste job


Bij een bezoek aan het Miat in Gent stootte ik op een brochure over kinderarbeid tussen 1800 en 1914. Op de cover een foto van een volwassen arbeider en twee kinderen van onbestemde leeftijd. Twaalf jaar? Dertien?
Die eigenaardige machine, dat soort gecompartimenteerde trommel op die foto, is toevallig de machine die ik tijdens mijn eerste job bij "Koloniale Waren Van Der Elst" in de Penitentienenstraat bediende. Ik was in mei dat jaar veertien geworden.
Die enorme metalen trommel rustte met zijn middenas in een metalen kuip vol kokendheet water. Je vulde 's morgens bij de aanvang van het werk een compartiment met lege flessen, sloot af met een deksel, draaide door, vulde weer een compartiment, enzovoort. Tot je weer het eerstgevulde deel uit het hete water trok. Die flessen nam je weg en zette je te drogen. En zo de hele dag lang. Acht uur per dag à 17,40 frank per uur.
Dat het kinderarbeid was, wist ik niet. Ik zag dat zo niet. Ik stond 's morgens opgewekt te fluiten in dat donkere hok. Naargelang de uren verstreken zogen je kleren die hete damp op. Wanneer je 's avonds naar huis ging stonk je uren in de wind naar verschaalde wijn, vettige arachide-olie en azijn. Je veranderde in een soort rondlopende vinaigrette. Al die producten werden toen nog in glazen flessen verkocht waarop 'statiegeld' werd geheven. De klanten bij de kruidenier hadden er alle belang bij die lege flessen terug naar de winkel te brengen, want anders moesten ze iedere keer een nieuwe fles betalen.
Van mijn loon werden natuurlijk bedrijfsvoorheffing en RIZIV-bijdragen afgehouden. Toen ik in 2010 mijn vennootschap ophief en besloot mijn pensioen aan te vragen, stelde ik verrast vast dat die twee maanden flessen spoelen bij Van Der Elst mij pensioenrechten opleverden. Vandaag ontvang ik iedere maand 13 euro pensioen als deeltje van mijn volledig pensioen na 43 jaar gewerkt te hebben.

vrijdag 13 januari 2012

Geschiedenis van de heelkunde

Professor op rust Paul Broos houdt dinsdag een lezing over de geschiedenis van de heelkunde in Leuven.
De medische faculteit, opgericht kort na het ontstaan van de universiteit, lag aan de basis van verschillende wetenschappelijke en praktische veranderingen in de geneeskunde. Maar ook de brede maatschappelijke context komt aan bod. Oorlogen, uitvindingen, filosofische strekkingen en cultussen hebben de heelkunde mee beïnvloed.
Paul Broos schetst de geschiedenis. Hij was jarenlang diensthoofd-directeur heelkunde en hoofd traumologie UZ Leuven. Hij is voorzitter van de raad van de Orde van Geneesheren Vlaams Brabant en zet zich in voor het historisch archief van de Universitaire Ziekenhuizen.
De lezing vindt dinsdag 17 januari om 20 uur plaats in het historisch auditorium van UZ Sint-Rafaël. De inkom bedraagt 5 euro en 4 euro voor leden van het Davidsfonds.

>> Lees ook: http://mijnleuven.blogspot.com/2010/12/professor-paul-broos.html

dinsdag 10 januari 2012

My first radio!


Mijn trots, mijn verlangen, mijn hunkeren, mijn alles... Een radio! Een transistorradio! Je bent 14 en je droomt van een transistorradio van 1495 frank (nu 37 euro) maar je krijgt er geen van ma en pa, want er is geen geld voor. En dan is het vakantie. Zomervakantie. En je gaat op zoek naar werk en je vindt effectief werk, want in 1965 mocht je nog op die leeftijd aan de slag. Ik werd twee maanden lang arbeider bij groothandelaar in "koloniale voedingswaren" Van der Elst in de Penitentienenstraat, in het Leuvens: de Pintantienenstroat. En ik verdiende 17,40 frank netto per uur. Na twee maanden vakantie is dat ongeveer 5.500 frank. Daarvan ging 3.500 frank naar moeder - die het meer dan goed kon gebruiken - en mocht ik 2.000 frank houden zodat ik een tweedehandse schrijfmachine voor 500 frank kon kopen en... mijn fantastische transistorradio. Die werd gekocht in de Diestsestraat bij Cirac. Het pand en de winkelruimte bestaan nog steeds, alhoewel ik denk dat Cirac heeft opgehouden te bestaan. Indertijd werd het uitgebaat door een vader met zijn dochter. Allebei verschrikkelijke liefhebbers van jazz en filmmuziek.

Café Jeeskesboom


LEUVEN - Wie Leuvense bruine kroeg zegt, denkt aan Jeeskesboom. Het café op de hoek van de Diestsestraat en de Jan-Pieter Minckelersstraat bestaat al meer dan honderd jaar. De voorbije 21 jaar wordt het gerund door Marie-Louise 'Wiske' Botson (63). Haar café is te klein om een rokersruimte te creëren en terrasverwarmers zetten vindt ze ook geen oplossing. Hoe langer hoe meer ziet ze stamgasten wegblijven. 'Het is echt erg. Als het zo blijft duren, dan zie ik dit niet goed komen. Sinds het rookverbod zijn de inkomsten met de helft gedaald. Mensen die 's morgens langskwamen, blijven weg.'

'Zeg nu zelf: bij een koffie en de krant 's morgens daar hoort toch een sigaret bij. Er werd hier geregeld gekaart. Ook dat is aan het verdwijnen. Als er vier man aan het kaarten zijn, gaan drie van hen om de haverklap buiten. Echt opgaan in het spel zit er niet meer in.'

'Dat ze het rookverbod maar snel afschaffen, want vele cafés staan op de rand van de afgrond', zegt ze. (Bron: Het Nieuwsblad)

woensdag 4 januari 2012

De televisie

In het gezegende jaar 1960 besloot pa dat het ook voor ons tijd werd om een televisietoestel in huis te halen. Maar er was geen geld voor. Om de dure aankoop te financieren besloot pa een oud, gouden zakuurwerk te verkopen. Een prachtig gouden zakuurwerk dat hij van zijn oom-peter had geërfd. Maar wie gebruikte in 1960 nog een zakuurwerk? En een massief gouden uurwerk nog wel. Pa vond het veel te fragiel. Het lag daar toch maar in de kast...
Juwelier Tollet in de Bondgenotenlaan was bereid het uurwerk te kopen aan de dagprijs van het goud. Het uurwerk werd gewogen en Tollet deed een bod. Pa aanvaardde. Hoeveel het uurwerk van zijn oom-peter opbracht, weet ik niet. In ieder geval genoeg om aan de overkant van de Bondgenotenlaan bij Van Lo (of Van Looy?) binnen te lopen. Pa en de handelaar in electronica kenden elkaar omdat ze samen in het weeshuis van Leuven hadden verbleven. Van Lo toonde pa een degelijk tv-toestel van Philips, aanvaardde het geld van de verkoop van het gouden uurwerk en liet pa toe om "au fur et à mesure" het ontbrekende bedrag - toch enkele duizenden franken - naderhand in stukjes te betalen. En zo vervoegden wij vanaf dan de massa Belgen die iedere avond naar de tv keken.

Het testbeeld

Bestaat er vandaag nog iets dat 'testbeeld heet'? Ik zie nooit nog een testbeeld. In de beginperiode van de televisie - de doorbraak kwam zo rond 1960 - kon je enkele uren per dag naar de tv kijken. Niet meer. Enkele uren. Indien je buiten het tijdschema van de twee nationale zenders Brussel Vlaams en Brussel Frans de tv aanzette, kreeg je dat testbeeld te zien. Gewone kijkers, de meeste kijkers, bijna alle kijkers, wisten niet wat ze met dat testbeeld moesten aanvangen. Testen? Maar wat? Alleen als je ontvangstantenne in de verkeerde windrichting wees (zie artikel hieronder) was je testbeeld een bibberende verschijning met scherpe hoeken en wiegende lijnen. Je werd er zeeziek van. Een deskundig iemand moest dan het dak op om de antenne in de goede richting te draaien. Deze deskundige riep dan met luide stem naar iemand beneden die op zijn beurt even luid terugriep: "Nééééén!", wanneer het beeld niet verbeterde en "Jaaaaaaaaaaaaa !!!!!!" wanneer het testbeeld weer min of meer stabiel en behoorlijk lonkte.

woensdag 28 december 2011

De antenne is toch zeker niet afgewaaid?


Televisie zonder antenne op het dak was onmogelijk. Als het niet anders kon, werd ze op de zolder geplaatst. Meestal werd het sprieterige ding echter op de nok van het dak verankerd. Vraag vandaag eens aan een verkoper van tv-toestellen om op je dak te klimmen... Toen was dat normaal want er was alleen analoge tv, ook al kende niemand dat woord in de beginjaren van de televisie. Tv-verkopers waren ooit klimvaardige heren (nooit dames) die met hun bestelwagen en hun ladders op weg gingen en die ervoor zorgden dat je antenne in de goede richting wees zodat je genietelijke beelden ontving. Tussen 1960 en 1965 stonden de daken van hele dorpen en steden vol met antennes. Dat was in Leuven niet anders. Pas met de komst van de kabel veranderde dat. Tot dan was het zenderbereik heel klein en konden de mensen kijken naar wat iedereen 'Brussel Frans' en 'Brussel Vlaams' noemde. Twee zenders. C'est tout! En meestal zonden die pas uit vanaf een uur of vier, vijf in de namiddag tot ongeveer elf uur 's avonds. Dag en nacht tv kijken kon niet. Alleen 's zondags begon het een beetje vroeger.
Wie een voldoende groot budget had en op een geografisch goede plek woonde kon mits het plaatsen van een tweede antenne ook Nederland ontvangen en sommigen dreven het zover om een derde antenne voor Rijsel (want zo heette Frankrijk in televisieland) te plaatsen. Dikwijls kwamen die buitenlandse zenders echter met veel beeldruis op het scherm zodat de kijkers boos tot het besluit kwamen: 'Amaai... Olland legt wee in de mist! Da trekt op gien botte! 'k Zal Brissel Vloms moa oepzette.'
Raasde er een storm over het land, dan zag je daarna vele Leuvenaars van op de straat naar hun dak turen om de staat van hun tv-antenne te controleren. Die dingen durfden onder het geweld van wind en hagel begeven en hingen er dan verwrongen bij, of erger nog, waaiden van het dak en moesten in tuinen en straten bijeengeraapt worden.

dinsdag 27 december 2011

Een puriteinse antiroker?

Neen, ik ben geen antiroker. Ik heb zowat 47 jaar gerookt. Mijn eerste sigaret, een Belga, kreeg ik van de tweelingbroers Herman en Hugo Vranckx uit de Pieter Nollekenstraat uit Kessel-Lo. We liepen iedere morgen samen naar het Sint-Pieterscollege waar ik toen in de 6de Latijnse zat. In dat groepje stapte ook Herwig Beckers mee. Vandaag is hij kinesitherapeut en schepen voor CD&V in Leuven.
Mijn eerste pijp kreeg ik ook van Herman en Hugo cadeau. Het was een oude, stinkende pijp die ooit aan hun grootvader had toebehoord en die niemand zou missen, dachten ze, hoopten ze.
Op 1 maart 2010 stopte ik met roken. Roken is niet meer "in", of het nu sigaretten, de pijp of om sigaren gaat. We weten hoe gevaarlijk en ziekelijk makend roken is. Ook passief roken. Dus na 47 jaar en nadat bleek dat ik een massa longcapaciteit was verloren, kortademig werd en erg hoestte, besloot ik eindelijk te stoppen.
Een hulpmiddetlje daarbij, naast het medicijn Champix dat mijn huisarts me voorschreef, was het bloggen over roken, tabak, stoppen met roken, het rookverbod op openbare platsen, etc. In die blog wilde ik zoveel mogelijk informatie kwijt in de hoop zo mezelf en anderen te helpen om te stoppen of het na een stop vol te houden.
En meer moet er niet achter die blog gezocht worden. Voor de rest gun ik iedereen zijn sigaretje of zijn sjag, maar dan liefst niet in mijn buurt, want ik kan er niet goed meer tegen.
Wel opvallend: in Leuven zijn alle tabakszaken voor altijd verdwenen. Lees het relaas hieronder.

dinsdag 20 december 2011

Voor altijd gesloten... Tiensestraat 128



Het zal weinig Leuvenaars nog iets zeggen, maar achter deze gevel gaat de laatste pure, zuivere tabakshandel van Leuven schuil: het Havana House.

Jean Niclaes nam de winkel van zijn ouders over en verkocht er zijn hele actieve leven lang sigaretten, tabak, pijpen en sigaren. Over die sigaren kon Jean Niclaes als een poëet in vervoering geraken alleen al door het woord sigaar genietelijk en met het nodige respect uit te spreken.

Maar... Jean was dus de laatste der Mohikanen. In Leuven is er geen enkele echte tabakswinkel meer. Een beetje in mijn geheugen putten, leert me dat er vroeger een verbazingwekkend aantal 'toebakwinkels' bestonden.

Even opsommen: een Vander Elst op het hoekje van de Diestsestraat dicht bij het station, een andere Vander Elst op de hoek van de Brusselsestraat vlakbij het stadhuis, de zaak Ottenburg in de Diestsestraat (waar ik toen ik nog rookte een fortuin aan pijpen besteedde), een mij onbekende winkel op de 'Place Foch' (nu een verzekeringskantoor) en tot slot het Havana House.

Foch: Oublier c'est trahir

Naar verluidt was het maarschalk Ferdinand Foch die de gevleugelde uitspraak 'Oublier c'est trahir' lanceerde. Hij wilde namelijk dat de Fransen zich goed herinnerden hoe desastreus zij de oorlog van 1870 tegen Duitsland hadden verloren. Later werd hij zelf één van de hoofdrolspelers van '14-'18, wat in Leuven resulteerde in het na de Eerste Wereldoorlog aangelegde centrumplein waaraan de naam Maarschalk Fochplein werd gegeven. En omdat er toen heel veel Frans gesproken werd in Leuven - meer dan vandaag - werd het in de volksmond gewoon 'de place Foch'.

Diezelfde Foch wordt nu de vergetelheid ingeduwd - 'Oublier c'est trahir' - door de bestuurscoalitie SP.A-CD&V die de naam van het plein na 100 jaar (!) verandert in Rector Pieter De Somerplein. Gisteren nam de voltallige gemeenteraad de definitieve beslissing Foch te bannen.

Rector Pieter De Somerplein... Het klinkt niet, het bekt niet... 'Het trekt op geen botten', zou een Leuvenaar zeggen. En wees gerust, in de volksmond zal het nog lang de 'place Foch' blijven.

Hoe dan ook... Wie zich op het plein bevindt, moet toch maar even denken aan de doden die daar in '14-'18 zijn gevallen. Vooral burgers waren het slachtoffer en werden daar onder het puin bedolven waar later dat Fochplein kwam. Ooit heb ik daar een boekje over geschreven: 'Luid roepen maakt altijd indruk'.

dinsdag 22 november 2011

Over fijn stof en andere verkwikkelijke dingen

Vanzelfsprekend zitten uw longen vol fijn stof. De mijne ook. We leven, wonen en werken in één van de allermeest vervuilde streken van heel Europa. Vlaanderen heeft de smerigst mogelijke lucht van het Avondland.

Fijn stof veroorzaakt ieder jaar in Europa, dus ook in Vlaanderen, duizenden doden. De slachtoffers van deze massale volksvergiftiging sterven in miserabele omstandigheden aan COPD.

>> Lees meer in De Gedachte

maandag 21 november 2011

Hoe Coca Cola Leuven veroverde

Coca Cola bestaat dit jaar 125 jaar... Het klinkt vandaag als een onmogelijk verhaal, maar rond 1960 had ik - en ik niet alleen - nog nooit een druppel Coca Cola geproefd. Zoals in de meeste gezinnen werd er bij ons thuis aan tafel water gedronken en in het beste geval af en toe tafelbier van Piedboeuf. Wie met ma en pa eens mee op café mocht gaan, kon kiezen: limonade of spuitwater met wat grenadine.

Maar toen... Zo rond 1960... Een grote rode vrachtwagen kwam de speelplaats van het Sint-Jansinstituut aan de Brusselsepoort opgereden. Een camion op onze speelplaats... Dat was nog nooit gebeurd. De chauffeur droeg een aantrekkelijk uniform. Zag er een beetje militair uit. Begon meteen bakken vol met ons onbekende flesjes uit te laden. In lange rijen mochten we klas per klas aanschuiven en kregen van de aardige man een flesje zwart spul met een rietje in de handen gedrukt. Onze allereerste Coca Cola!

Als marketingtruc kon het tellen. Toen wisten we nog niet dat de drank in het flesje minder kostte dan het flesje zelf. Dat zou pas veel later uitlekken. En voor het eerst ook maakten we kennis met de reclamepanelen met dat gezond en blij ogende jongetje met een kroonkurk op zijn hoofd. Nooit heb ik gesnapt, ook vandaag nog steeds niet, wat die kroonkurk daar deed. In ieder geval was Coca Cola op slag een beroemd drankje onder de Leuvense jeugd want de vriendelijke, geuniformeerde chauffeur bezocht natuurlijk ook nog andere scholen in de streek.